Geertrude Verweij: schrijfster van liefdes-en familie romans

dinsdag 27 augustus 2013
Veel Nederlanders willen graag een boek schrijven. Maar zoals Daphne Deckers graag tegen aspirant schrijvers snibt: 'Ik zou maar eens gaan zitten dan. Want het is echt veel werk.' En rijk word je er ook al niet van. Tenzij je Saskia Noort heet. Of Daphne Deckers!

Maar naast deze klinkende schrijversnamen zijn er ook heel veel schrijvers actief in Nederland die weliswaar minder bekend zijn, maar toch succesvol. Zo iemand is Geertrude Verweij (42).

Geertrude Verweij


Eigenlijk wilde Geertrude Verweij spánnende boeken schrijven. Detectives à la Agatha Christie, of bloedstollende thrillers.Maar dit genre bleek haar niet te liggen. Nu schrijft ze verhalen over  gewone vrouwen die herkenbare dingen mee maken. Haar boeken vallen in het genre liefdes- en familieromans.  Haar inspiratie haalt ze uit haar dagelijks leven.

Van fulltime moeder naar boekhoudster, naar journaliste naar schrijfster


Na mijn VWO werkte ik anderhalf jaar buitenshuis. Na geboorte van mijn twee oudste dochters bleef ik fulltime thuis om voor de kinderen te zorgen. Tijdens die periode haalde ik mijn diploma Moderne Bedrijfs Administratie. Toen alle kinderen op de basisschool zaten kreeg ik de kans om te gaan werken bij een boekhoudkantoor in het dorp. Ik werkte onder schooltijd, en was vrij als de kinderen vakantie hadden.

Boekhoudster


Toen de kinderen ouder en zelfstandiger werden, veranderden mijn werkuren. Op de middelbare school hebben ze sowieso rare schooltijden. Daar kon ik mijn werkuren niet meer omheen plannen. Een paar uurtjes alleen thuisblijven was ook geen probleem meer voor ze. Ineens kon ik al die uurtjes die ik altijd bij elkaar sprokkelde, kwijt in twee volledige werkdagen. Dat gaf me meer tijd voor het huishouden en de kinderen. Maar ook tijd om andere dingen te doen. Zoals werken als verslaggeefster.

Journaliste bij een regionaal weekblad


Ik wilde eigenlijk als tiener al journalist worden. Maar ik durfde het toen niet aan om de opleiding te gaan volgen. Ik was erg verlegen en zag mezelf niet zomaar op mensen af stappen om ze vragen te stellen.

Toen ik een advertentie zag voor verslaggevers bij ons regionale weekblad, durfde ik daar dan ook niet op te reageren. Maar toevallig herkende ik degene die werd aangenomen. Via haar hoorde ik dat ze een tekort aan verslaggevers hadden. Dus haalden ze me over een proefverslag te maken.

Proefverslag


Het ging om een vrouw die al jaren voor de wereldwinkel werkte en daarvoor een lintje kreeg. Ik vond het zo leuk om haar verrassing en blijdschap vast te leggen, en te vertellen hoe verdiend dat lintje volgens haar collega's en familie was, dat ik daarna nooit meer bang geweest ben om ergens op af te stappen. Voor een regionaal weekblad schrijven is een heel andere tak van journalistiek dan voor een landelijk dagblad. En dat paste juist wel bij mij.

Gepubliceerd schrijfster


Ik ben actiever gaan schrijven toen de kinderen klein waren in de hoop als columnist aan de slag te kunnen. Ik stuurde regelmatig stukjes naar de Libelle, maar helaas zonder succes. Geinspireerd door Maria Oomkens (de columniste die in Libelle bekend stond als Scheherazade) besloot ik het dan maar met korte verhalen te proberen. Dat is de manier waarop zij begonnen is. Maar daar is tegenwoordig helemaal geen markt voor. Tenzij je al naam gemaakt hebt als schrijver. Toen leek het me een logische stap te proberen of ik een volledige roman kon schrijven. Dat werd mijn eerste, nooit gepubliceerde boek.

Twee uitgeverijen, twee afwijzingen, maar eentje met hoop


Ik stuurde het naar twee uitgevers. De eerste uitgever wilde het niet hebben, en wees me af met een standaardbrief. De tweede, Ellessy, wees me ook af. Maar Ellessy stuurde ook een gedetailleerde brief met aanwijzingen. En een aansporing die ik al die jaren ben blijven koesteren: 'Blijf vooral schrijven, want je hebt talent.' Helaas had ik in de periode daarna weinig tijd voor fictie. Maar toen mijn redacteur van de krant me vroeg een fictief kerstverhaal te schrijven begon het toch weer te kriebelen. Ik besloot het gewoon weer eens te proberen en te zien waar ik uit kwam.

Drie keer is scheepsrecht!


Tot mijn verbazing leek het eindresultaat op het soort boeken dat ik regelmatig uit de bibliotheek haalde. Ik besloot het op te sturen naar die bewuste tweede uitgever die me zo vriendelijk had benaderd. Hij vroeg direct een optie op het manuscript, en ruim twee jaar later lag het in de winkels.

Ellesy neemt een 'optie' op mijn boek


Een optie betekent dat het nog niet zeker is dat je boek uitgegeven wordt, maar dat je voorlopig afziet van het benaderen van andere uitgevers. In dit geval was dat nodig omdat Ellessy nog maar net begonnen was met het uitbrengen van familie- en liefdesromans. Het was dus even afwachten of dat aan zou slaan voordat hij mij, als debuterend schrijfster, een contract kon aanbieden.

Ondertussen bleef ik gewoon werken, zowel op het boekhoudkantoor als voor de krant. Dat ik nu niet meer buitenshuis werk, komt doordat het bedrijf van mijn man zo groeide dat ik mijn tijd nodig had om de boekhouding en aanverwante zaken voor hem te doen. Zeker als ik daarnaast nog af en toe een boek wilde schrijven.

Self publishing versus officiële uitgeverij


Om eerlijk te zijn wist ik destijds niet eens van het bestaan van self publishing. Ik was wel actief op internet, maar niet op forums voor schrijvers. Ik volgde dus gewoon de ouderwetse route en stuurde het uitgeprinte manuscript in een dikke envelop naar een bestaande uitgeverij.

Ik weet dat veel schrijvers een lange weg moeten afleggen met hun boeken, en daarom ook andere mogelijkheiden dan bestaande uitgevers kiezen. Voor mij was dat dus niet zo. Mijn eerste boek heb ik na die twee afwijzingen aan de kant gelegd met de conclusie dat het blijkbaar niet goed genoeg was. En dat is het ook niet, als ik er nu op terug kijk. Mijn tweede poging werd meteen bij de eerste uitgever aan wie ik het liet lezen aangenomen. Ik denk dat ik, als dat niet gebeurd was, misschien nog ergens anders een kansje gewaagd zou hebben en dan weer tot de conclusie gekomen zou zijn dat het gewoon niet goed genoeg was.

Hiermee bedoel ik overigens niet dat anderen dat zouden moeten concluderen. Geloven in jezelf en doorzetten levert in veel gevallen wel degelijk resultaat op, maar ik betwijfel of ik dat zelf gedaan zou hebben. Zo zit ik nu eenmaal niet in elkaar.

Het proces van publicatie


Het verhaal van mijn eerste boek sudderde al jaren in mijn hoofd. Maar het fysieke manuscript schreef ik in tien dagen, wat belachelijk snel is. Daarna duurde het tweeënhalf jaar voor het in de winkel lag.

Na het verlenen van de optie duurde het een jaar voor ik een contract kreeg. Dat is niet echt uitzonderlijk lang. In de boekenwereld werkt alles op zeer lange termijn. Ik schreef het in november 2006 en mijn boek stond gepland voor december 2008. Door omstandigheden liep dat uit en zou het januari worden. We hebben het nog iets langer uitgesteld, omdat de bibliotheek waar ik mijn boekpresentatie graag wilde houden me vroeg of ik het leuk zou vinden als dat samenviel met de opening van de boekenweek. Uiteindelijk kwam mijn debuut dus op 11 maart 2009 uit, bijna tweeenhalf jaar nadat ik het schreef.

Normaal gesproken doe ik een maand of drie over een boek. Meestal weet mijn uitgever dan al dat het eraan komt en heeft hij het opgenomen in de planning. Ellessy heeft een voorjaars- en een najaarsfonds en de boeken worden dus ingepland in die periodes. Soms is het boek nog niet af voor het in de folder staat en moet ik dus van te voren een samenvatting inleveren en een cover kiezen.

  1. Als het boek af is, begint de redactieronde. Ik heb een vaste redactrice met wie ik erg prettig samenwerk. Zij leest het manuscript in Word door en maakt aantekeningen met opmerkingen, zowel over spelfouten en interpunctie als over dingen die volgens haar misschien anders zouden kunnen.

  2. Ik verwerk de aantekeningen van mijn redactrice.

  3. Mijn redactrice leest het boek nog een keer door.

  4. Het boek gaat naar de vormgever. Die maakt het binnenwerk van het boek en stuurt de pdf naar mijn redactrice.

  5. Zij controleert het op spel- en stijlfouten.

  6. Het boek gaat weer naar mij voor controle, en de laatste wijzigingen.

  7. Als alles goedgekeurd is, gaat het boek naar de drukker.

  8. Na ongeveer een maand is het boek klaar voor de verkoop.

Cover bepalen


Alle romans van mijn uitgever hebben een foto als cover. Dat is zijn keuze en daar is geen discussie over. Ik vind dat trouwens ook erg mooi. Over het uiteindelijke resultaat mag ik wel meedenken. Mijn uitgever vraagt mij om een idee voor de cover, omdat ik als schrijver natuurlijk het beste weet waar het boek over gaat. Meestal zoek ik er zelf een paar voorbeeld foto's bij die de juiste sfeer weerspiegelen

Met mijn suggesties gaat de vormgever aan het werk. Ik krijg dan drie of vier voorbeelden, waar ik uit mag kiezen. Dat doe ik meestal in overleg met mijn man en mijn dochters, maar over het algemeen zijn we het eens.

Wat verdien je als schrijver aan een boek?


Ik verdien op twee manieren aan een boek:

  1. Verkoop van mijn boeken: ik krijg een percentage van de inkooppprijs die boekhandels betalen. Dat is 60% van de verkoopprijs exclusief 6% BTW. Het normale percentage ligt tussen de 7 en 10%. Op een boek dat voor 17,50 in de winkel ligt, krijgt een schrijver dus maximaal 1 euro

  2. Uitlenen van de bibliotheek: leenvergoeding via Lira. Dat bedrag is gebaseerd op de verkoopprijs, en het aantal uitleningen. Het komt neer op een paar cent per keer.

Geen vetpot


Het is dus absoluut geen vetpot. Maar mijn inkomen stijgt wel langzaam doordat er steeds meer boeken van mij in de bibliotheek staan. Natuurlijk zou het heerlijk zijn om te kunnen leven van mijn boeken. Wie wil er nu niet zijn brood verdienen met iets dat hij graag doet? Maar om meer geld te verdienen zou ik dingen moeten aanpassen. En dan zou mijn plezier in schrijven verdwijnen.

Andere genres, meer geweld, meer en vooral erg expliciete sex, dat soort dingen. Of ik zou simpelweg meer boeken moeten schrijven. Niet te wachten tot een verhaal wil gaan leven, maar gewoon productie draaien. Als ik dat zou doen, zou het gewoon een baan worden. En dan ook nog een baan waar ik niet vrolijk van word. Dat is dus niet de juiste methode voor mij.  Ik schrijf wat er in me leeft, en ik vind het fijn als mensen dat lezen. Ik hoop dat mensen er van genieten en er een prettig gevoel aan overhouden. Het enige wat ik doe is proberen regelmatig boeken uit te brengen waar ik zelf volledig achter kan staan. En dan hopen dat er genoeg verkocht en uitgeleend worden om er een leuk bedrag mee te verdienen.

Marketing en promotie


Promotie en marketing vind ik de lastigste onderdelen van het schrijverschap. Ik vind het vooral erg irritant om overal te moeten roepen: 'Koop mijn boek!' Ik ben daar na wat voorzichtige pogingen dan ook gewoon mee opgehouden.

Ik heb een website en een facebookpagina waarop ik mijn boekennieuws plaats. En op mijn blog, en mijn persoonlijke profiel, vertel ik ook regelmatig waar ik mee bezig ben op schrijfgebied. Dat zou je promotie kunnen noemen, maar het voelt niet zo. Ik vertel daar namelijk over alles waar ik me mee bezighoudt. En schrijven maakt nu eenmaal deel uit van mijn leven. Als er net een nieuw boek uit is, verloot ik er eentje onder mijn bloglezers en dat nieuwtje verspreid ik dan ook wel via Facebook en Twitter. Maar verder doe ik eigenlijk erg weinig.

Schrijven, gezin en huishouden


Ik ben in de eerste plaats nog altijd thuisblijfmoeder. Afhankelijk van wat op dat moment nodig is, verschuiven mijn prioriteiten. Dat zijn huishouden, ons bedrijf, mijn schrijfwerk en alles wat daar omheen gebeurd.

Geen vaste schrijftijden of dagen


Ik heb geen vaste schrijftijden of dagen waarop ik alleen maar met schrijven bezig ben. Soms, in heel drukke periodes, zou ik dat best willen, maar op dit moment kan dat gewoon nog niet. Iedere dag is weer anders. Daarnaast heb ik een uitermate rommelig gezin, met gezinsleden die allemaal thuis werken en studeren. Het komt zelden voor dat ik alleen thuis ben en ergens rustig mijn volle aandacht aan kan geven.

Een redelijk normale dag begint meestal met wat huishoudelijk gedoe, opruimen, een was in de machine stoppen, dat soort dingen. Ik heb geen huishoudschema, maar wel een globale indeling van mijn dagen. Op maandag doe ik de huiskamer, op dinsdag de keuken, op woensdag boodschappen, op donderdag de slaapkamer en op vrijdag gang, badkamer en toilet. Het is afhankelijk van wat ik verder nog moet of wil doen hoeveel tijd ik daaraan besteed. Dat varieert van even wapperen met de franse slag, tot een grondige voorjaarsschoonmaak (die bij mij meestal in een ander jaargetijde plaatsvindt).

Over het algemeen staat mijn computer dan al aan en bekijk ik tussendoor mail, blogs en andere social media. Ik schrijf een blogje en antwoord waar nodig. Soms slokt dat zoveel tijd en aandacht op, dat het schoonmaken tot het einde van de dag uitgesteld wordt. Maar ik probeer dat tegenwoordig te voorkomen om nog wat tijd voor schrijven over te houden. In de meest ideale situatie (zonder al die onverwachte dingen die het huishoudelijk leven zo heerlijk chaotisch maken) zou ik de hele middag vrij kunnen houden voor schrijven. In de zomer lukt dat meestal niet, omdat ik ook veel tijd aan de (moes)tuin besteed.

Als ik wel tijd heb om te schrijven, is het afhankelijk van waar ik mee bezig ben hoe dat gaat. Redactiewerk is saai en niet echt mijn favoriete klusje. Een verhaal door het dode punt heen duwen is ook geen leuke taak, maar af en toe wel nodig. Dat soort werk gebeurt meestal in korte stukjes, met veel onderbrekingen. Maar als het schrijven eenmaal lekker loopt, ga ik er ook honderd procent in op. Dan kan het dus ook zomaar gebeuren, dat ik 's ochtends vroeg direct achter de laptop schuif om daar te schrijven en er pas achter vandaan kom als ik iets moet doen dat echt niet kan wachten. Zoals ik al zei, geen enkele dag is hetzelfde. Maar dat maakt het leven juist zo boeiend, zeg ik altijd maar.

Advies aan aspirant schrijfsters


Ik denk dat het belangrijkste is: blijven schrijven. Doorzetten, afmaken waar je mee bezig bent en dan op zoek gaan naar een uitgever. Zoveel mensen die zeggen dat ze schrijver willen worden zijn jaren en jaren bezig met hun allereerste boek. Het kan natuurlijk zijn dat je daarmee een meesterwerk creëert, maar ik denk zelf dat je op een bepaald moment moet denken: dit is goed genoeg, en er dan iets mee moet gaan doen. Je merkt vanzelf of uitgevers het daarmee eens zijn.

Het romantische idee van achter je bureau gaan zitten, een verhaaltje uit je mouw schudden en daar als een tweede J.K. Rowling miljarden mee verdienen, is niet reëel.Zo werkt dat nu eenmaal niet als je in Nederland geboren en getogen bent. We zitten met een veel te klein taalgebied om zoveel boeken te verkopen. Zelfs als je in het Engels iets leesbaars zou kunnen schrijven, dan moet je je realiseren dat de concurrentie in dat taalgebied enorm groot is. De kans voor een niet-native-speaker om daar bovenuit te komen is vrij klein.

Behalve die paar heel bekende schrijvers die echt boven het maaiveld uitkomen, zijn de meeste beroepsschrijvers in Nederland naast hun fictie werk druk bezig met allerlei andere vormen van tekst. Zoals artikelen schrijven, vertalingen, redactiewerk of schrijfcursussen geven. Ook voor dat handjevol auteurs dat wel van fictie alleen kan leven, geldt dat het heel hard werken is. Je moet er dus zeker niet aan beginnen met het idee dat het een gemakkelijke manier is om geld te verdienen.

Bekijk Geertrudes boeken!


Geertrudes boeken!

geertrude verweij boeken

1 opmerking

  1. Erg leuk om te lezen! Ik ga deze week gelijk in de bieb naar boeken van deze schrijfster kijken!

    BeantwoordenVerwijderen